Caponigro over kleur
Verzadiging
Wat is kleurtheorie? Welke termen worden er gebruikt? En hoe wordt kleurtheorie toegepast?
In zijn essay "Color Theory" geeft kunstenaar en auteur John Paul Caponigro antwoord op deze vragen. Tegelijkertijd laat hij zien hoe professionals die met kleur werken hun ideeën over kleur kunnen aanscherpen en kleuren nauwkeuriger kunnen beschrijven wanneer ze een goed inzicht hebben in de kleurtheorie.
Het kleurgebruik van een visueel kunstenaar onderscheidt zich het meest door de manier waarop hij of zij gebruikmaakt van verzadiging.
Vaak wordt aan fotografen gevraagd of ze in kleur of zwart-wit werken. Hoewel de meeste mensen die deze vraag stellen het niet zo bedoelen, is het toch een beladen vraag. De onderliggende gedachte is vaak dat je beide niet even goed kunt doen. Maar in werkelijkheid kunnen beide methoden juist van elkaar profiteren. Bovendien suggereert de vraag dat zwart en wit (en grijstinten) geen kleuren zijn, terwijl het juist heel specifieke kleuren zijn, namelijk neutrale kleuren. En de vraag gaat al helemaal voorbij aan de kwestie hoe een fotograaf meer verzadigde kleur gebruikt. Vreemd genoeg wordt de vraag zelden aan schilders of filmers gesteld. Een nuttiger vraag zou misschien zijn: "Hoe verzadigd is je palet?"
Er bestaan zes verschillende verzadigingsniveaus: neutraal, semi-neutraal, weinig verzadigd, volledig verzadigd, zeer verzadigd en oververzadigd.
Neutrale kleuren worden gekenmerkt door een gebrek aan verzadiging. Neutrale kleuren liggen langs de helderheidsstrook die alle tinten verenigt. (Gelijke delen complementaire kleuren worden gemengd om neutrale kleuren te maken.) Bij elke helderheid is er slechts één echt neutrale kleur. Het gebruik van neutrale kleuren is betrekkelijk eenvoudig, aangezien de twee andere variabelen van kleur (tint en verzadiging) worden teruggebracht tot dezelfde waarden (nul). Een goed voorbeeld van zuinig kleurgebruik. Om toch indruk te maken, hebben neutrale afbeeldingen meer contrast in helderheid nodig om het gebrek aan tint en verzadiging goed te maken. Enkele uitzonderingen daargelaten wijken neutrale afbeeldingen sterk af van de manier waarop we de wereld gewoonlijk zien. Veel mensen associëren ze met droombeelden, of ze nu in zwart-wit of in kleur dromen. Neutraal wordt vaak beschouwd als elegant, of zelfs conservatief of terughoudend. De helderheidscomponent van kleur helpt bij het beoordelen van belichtingsniveaus, ruimtelijke verhoudingen en volume. Vorm en de belichting spelen een bijzonder belangrijke rol bij neutrale afbeeldingen. Daarnaast worden neutrale afbeeldingen vaak geassocieerd met het verre verleden of tijdloosheid.
Semi-neutrale kleuren bevatten nog sporen van verzadiging. De waarden liggen in een cluster binnen een geringe straal rond de helderheidsstrook. Semi-neutrale kleuren zijn anders dan echt neutrale kleuren. Ze werken op een heel vergelijkbare manier, maar zijn complexer. Ruimtelijke verhoudingen kunnen subtiel worden benadrukt door een heel kleine hoeveelheid tint toe te voegen. Ook kunnen effecten als irisering en schittering worden bereikt.
Afbeeldingen met weinig verzadiging werken met lage verzadigingsniveaus. De waarden liggen met een grotere straal in een cluster rond de helderheidsstrook, maar bereiken geen volledige, natuurlijke verzadiging. Hoewel ze niet volledig aanwezig zijn, zijn de verschillende tinten in een afbeelding wel te onderscheiden. Ook de kleurtemperatuur van de omgeving kan worden gesuggereerd. Ruimtelijke verhoudingen kunnen duidelijker worden aangeduid via de tint De tint wordt een belangrijk punt in de compositie, maar is mogelijk niet het belangrijkste element, afhankelijk van de vraag hoe met de opzettelijke verzadigingsreductie wordt omgegaan. Afbeeldingen met weinig verzadiging maken vaak een weinig realistische indruk. Ze lijken wat flets, tussen kleur en zwart-wit in. Veel mensen associëren weinig verzadiging met het verleden, vooral het recente verleden.
Neutraal.
Semi-neutraal.
Weinig verzadiging.
Volledig verzadigd.
Zeer verzadigd.
Oververzadigd.
Volledig verzadigde afbeeldingen komen het meest met de werkelijkheid overeen. Kleur kan worden gebruikt om elementen in een compositie op elkaar te laten lijken of juist niet, afhankelijk van de mate van contrast van een of meer van de elementen tint, verzadiging of helderheid. Alle drie de kleurelementen kunnen worden gebruikt om eigenschappen van vorm, ruimte en licht te beschrijven. Het helderheidscontrast is vaak lager dan bij neutrale en semi-neutrale paletten, om het realisme van de weergave te behouden. Volledig verzadigde paletten stralen relatief veel energie uit. Ze doen mensen sterk aan het heden denken.
Zeer verzadigde afbeeldingen maken gebruik van een ruime mate van verzadiging, zonder onrealistisch te worden. De tint wordt een overheersend element. De tint kan daardoor zoveel aandacht trekken dat dit ten koste gaat van het onderwerp, de ruimtelijke verhoudingen of de lichtkwaliteit. Zeer verzadigde afbeeldingen stralen erg veel energie uit. Ze doen denken aan het heden, worden vaak als expressief beschouwd en geassocieerd met jeugd.
Oververzadigde afbeeldingen werken met extreem hoge verzadigingsniveaus. Meestal wordt niet gestreefd naar een realistische weergave. De kleuren maken vaak een onrealistische indruk. Daarnaast vertonen kleuren de neiging tot 'posterization', waardoor verschillende tinten abrupte overgangen vertonen. De tint trekt de meeste aandacht, meer dan het onderwerp of de ruimtelijke verhoudingen. Oververzadigde afbeeldingen maken vaak een vlakke indruk. Ze stralen zeer veel energie uit, zijn expressief en worden vaak geassocieerd met een veranderd bewustzijn.
Je kunt de Color Sampler Tool van Photoshop in combinatie met de Apple kleurenkiezer gebruiken om kleuren te ontleden en het verzadigingsniveau van een of meer afbeeldingen vast te stellen, of het nu gaat om afbeeldingen die je zelf hebt gemaakt of van anderen. Lees het artikel "Kleur ontleden" voor meer informatie.
Als je de afbeeldingen binnen één project tot een eenheid wilt maken, kan het nuttig (en soms zelfs noodzakelijk) zijn om verzadiging met mate toe te passen. Veel kunstenaars gebruiken slechts één verzadigingsniveau. Het is bijzonder lastig om binnen één project sterk uiteenlopende verzadigingsniveaus te gebruiken (anders dan binnen één afbeelding) – bijvoorbeeld zowel neutrale als verzadigde afbeeldingen – maar je kunt wel verschillende verzadigingsniveaus gebruiken die nauw aan elkaar verwant zijn, zoals weinig verzadigde en volledige verzadigde of volledig verzadigde en zeer verzadigde paletten. Hoe uiteenlopender de verzadigingsniveaus, hoe lastiger het wordt om verschillende afbeeldingen nog te beschouwen als bij elkaar horend.
Bij de foto's van Ansel Adams denk je direct aan neutrale afbeeldingen, niet aan hoge verzadigingsniveaus. De schilderijen van Matisse zijn daarentegen juist niet neutraal, maar oververzadigd. Gebruik van verzadiging geldt dan ook in hoge mate als typerend voor iemands individuele stijl.
