Naakte ontroering

Hij werkt samen met filmmakers als Peter Brosens, Fien Troch, Jan Lauwers, Patrice Toye, Felix Van Groeningen en Lut Vandekeybus. “Het zijn stuk voor stuk mensen die iets anders willen proberen, iets dat bij de kijkers blijft hangen. Stuk voor stuk ook mensen met wie ik graag op café zit,” bedenkt Nico Leunen. Bijna tien jaar monteert hij films van een ander genre, waarbij de soberheid van het beeld, het juiste ritme erg bepalend zijn voor het geheel. Hier moet de combinatie regisseur en monteur kloppen.

Nico wil oprechte cinema maken los van elk compromis. Met elke film heeft een filmmaker een droom, en daar mag je volgens Nico niet aan toegeven. Ook niet onder commerciële druk of omdat het publiek zogezegd iets anders beter smaakt. “Dat is trouwens een belediging van de kijkers! Mensen zijn echt niet dom, hoor!” vindt hij. “En zelf word je er ook maar ongelukkig door. Ja, dat is een pleidooi voor auteursfilms”, zegt hij smalend. “Films die in hun opzet heel erg raken - door hun soberheid, los van zware trucs. Oprecht en eerlijk.”

Khadak van Peter Brosens

Al heeft Nico Leunen ook zelf geregisseerd, toch kiest hij vooral voor het monteren. Post-productie coördinator noemt hij zichzelf ook. Een functie die in België haast niet bestaat, in het buitenland wel. Dat is meer dan het zogeheten knip- en plakwerk. Het gaat hem om de controle en coördinatie van de afwerking van een film. Die drang alles onder controle te houden heeft hij van zijn leermeester Ludo Troch. Voor het soort films dat Nico monteert is dat van enorm belang. Nico: “Bij dit genre is het verhaal dat de regisseur wil vertellen zo persoonlijk, dat het daarom belangrijk is de film van dichtbij op te volgen tot hij helemaal klaar is.”

“Gewoon door met die regisseur bijvoorbeeld in de keuken te staan, ga ik hem beter begrijpen en begrijp ik zijn werk ook veel beter.”

Volgens Nico moeten regisseur en monteur elkaar dan ook heel goed kennen opdat de een weet wat de ander wil zeggen en de ander gerust kan zijn dat het goed komt. “Bij twee regisseurs ben ik zelfs tijdens de montage gaan inwonen,” vertelt Nico. “Gewoon door met die regisseur bijvoorbeeld in de keuken te staan, ga ik hem beter begrijpen en begrijp ik zijn werk ook veel beter.” Bij de eerste film van Felix Van Groeningen daarentegen duurde het volgens Nico twee maanden vooraleer hij het hoofdpersonage van de film echt door had. “Dat kwam omdat we elkaar toen nog niet zo goed kenden,” aldus Nico.

“Ondertussen stel ik als vereiste dat ik in Final Cut Pro monteer.”

Als een spons zuigt Nico beelden in zich op: hij eet ze als het ware, drinkt ze, beleeft ze, voelt ze en gaat ermee slapen... tot hij ziet hoe het moet. “Heel veel dingen zijn zó afgemeten!” licht Nico zijn manier van werken toe. “Zit het beginpunt goed? Afhankelijk van de vorige en de volgende scène heeft elk beeld zijn evidente eindpunt. En dan moet je nadenken of je voor dat eindpunt stopt, erover gaat en hoever?” legt hij uit. “En dat verhoudt zich dan ook nog ten opzichte van waar het beeld zich in de film bevindt.” Meerdere films die hij monteerde zijn trage films met lange shots.

“Ik ben pas tevreden als ik zie dat de regisseur echt blij is”, besluit Nico. “Want als monteur moet je altijd voor ogen houden: Het is niet mijn film! Ik zal dan ook zo lang blijven doorwerken tot de regisseur echt tevreden is.” Zijn droom? In dezelfde richting blijven doorgroeien, met dezelfde mensen. Of anders, met Claire Denis richting Parijs… En ooit opnieuw zelf een film maken, “om nog eens te weten hoe het voelt als iemand anders jouw film monteert.”

Aan niets anders denken dan beelden

De allereerste film die Nico Leunen digitaal monteerde was in 2000 “The Cutting” van Peter Missotten (Filmfabriek). Dat was toen op Final Cut Pro 1.0. Sindsdien is hij er nooit meer van afgestapt. “Ik ben als het ware met die software vergroeid”, lacht hij. En toch is het hem menens. “Ondertussen stel ik als vereiste dat ik in Final Cut Pro monteer”, voegt hij er lachend aan toe. Zijn montagestudio past juist in zijn auto – heel handig!

“Sinds versie 4.5 is Final Cut Pro op en top pro”, vindt Nico Leunen. Hij kan het weten, want hij heeft de software zien geboren worden en zien groeien. “Vroeger was Final Cut Pro vooral een budgetoplossing”, begint Nico Leunen zijn verhaal. “Ondertussen is de software echt erkend in de filmwereld.” Alle langspeelfilms op zijn palmares heeft Nico Leunen in Final Cut Pro gemonteerd. In het begin moest hij de producer of regisseur er nog van overtuigen. Maar als de besparing die je met deze software maakt betekent, dat je een langspeelfilm op 35mm in de plaats van 16mm kan opnemen, twijfelt geen producer lang.

En zelfs beter! Voor Nico zijn het bepaalde details, die voor zijn films wel degelijk een verschil maken. In Final Cut Pro kan je nu bijvoorbeeld ook in 24 beelden per seconde aan reële afspeelsnelheid voor cinema monteren. “Voor veel regisseurs is dat misschien een technisch detail. Maar voor de films die ik monteer niet.” “Een ander zijn geluk” en “Khadak” bijvoorbeeld zijn erg structurele films. Het eindpunt van elke scène, het ritme en de snelheid moeten kloppen. ”In 24 of 25 beelden per seconde monteren geeft een verschil van 4% in tijd. Zie je?” klinkt zijn betoog.

Het enige waar Nico aan wil denken zijn beelden. De rest moet als het ware vanzelf gaan. En daar ligt volgens hem de grote toegevoegde waarde van Final Cut Pro. Nico: “Het is de integratie van Final Cut Pro als centraal punt en alles wat Apple daar rond aanlevert en hoe alles op elkaar inspeelt.” Final Cut Studio, iPhoto, iWeb….Nico gebruikt ze allemaal. “Ik probeer een hedendaagse monteur te zijn die over alle software beweegt en veel zelf doet”, beweert hij.

“De software mag niet de overhand nemen. Jij moet de software beheersen, niet omgekeerd.”

“Ondertussen ben ik zó vergroeid met deze software! Door bij elke versie maar een klein beetje bij te studeren ben ik weer mee.” En dat is echt luxe. “Want de software mag niet de overhand nemen”, preciseert Nico. “Jij moet de software beheersen, niet omgekeerd.” Wat zoveel betekent als: je wilt dat alles draait, je weet dat het goed komt en je hoeft niet na te denken hoe je het moet doen. “Uiteindelijk is dan ook je eindproduct beter, want je hebt geen andere bekommernissen tenzij monteren”, aldus de monteur.

“Toen ik bijvoorbeeld “Linda and Ali: 2 worlds within 4 walls” monteerde heb ik eerst 2 maanden alleen naar beelden zitten kijken”, verklaart Nico. Lut Vandekeybus had het koppel vier jaar lang met de camera gevolgd. Het resultaat was een enorme massa beeldmateriaal. Om de structuur in een film te vinden, werkt Nico heel veel met stills. Per film bekijkt hij tot 2500 stills in iPhoto. Nico: “Door sommige beelden plots naast mekaar te zien, leg ik vaak nieuwe verbanden”. En dan: “Ik zet die beelden zelfs op mijn iPod. Als ik dan ’s avonds in bed lig, zet ik muziek op en bekijk ik de beelden nog eens...”

 
 
 
 

Een product zoeken

Bestel online. Of bel 0800/99 846.

Zoek een Apple reseller: