De ondersteuning van Mac OS X Server voor bestandssystemen is ontwikkeld en geoptimaliseerd voor bedrijfskritische servertoepassingen. Mac OS X Server biedt ondersteuning voor de installatie van het Mac OS Extended (HFS+)-bestandssysteem met optionele hoofdlettergevoeligheid, en voor gegevenstoegang vanaf volumes met UNIX File System (UFS) en Zettabyte File System (ZFS).
Maximale efficiency
Het Mac OS Extended-bestandssysteem van Apple ondersteunt 64-bits-schijfruimteadressering en maakt gebruik van 32-bits-bestandsallocatieblokken. Dit resulteert in een optimale schijfefficiency omdat er minder schijfruimte nodig is op grote volumes en op volumes met een groot aantal bestanden. De ondersteuning voor UFS op basis van Berkeley FFS en standaard-POSIX-semantiek zorgt er bovendien voor dat Mac OS X Server gegevens uit traditionele UNIX-bestandssystemen kan benaderen en hosten.
Het Mac OS Extended-bestandssysteem omvat de volgende krachtige functies.
Ondersteuning voor lange bestandsnamen en verschillende landinstellingen
Mac OS X Server biedt ondersteuning voor bestandsnamen tot 255 tekens en voor Unicode-codering voor internationale bestandsnamen en bestandsnamen waarin verschillende scripts worden gecombineerd.
Hoofdlettergevoeligheid
In Mac OS X Server kun je voor HFS+ desgewenst een optie kiezen waarbij er onderscheid wordt gemaakt tussen hoofdletters en kleine letters. Hierdoor kunnen beheerders zonder problemen bestanden hosten voor UNIX-programma's, die hoofdlettergevoelig zijn.
Journalisering van het bestandssysteem
Een robuuste journaliseringsfunctie vergroot de integriteit van het bestandssysteem wanneer de server onverwacht uitvalt of er een stroomstoring optreedt. Dankzij de journaliseringsfunctie in Mac OS X Server houdt de server bewerkingen in het bestandssysteem automatisch bij en worden deze continu vastgelegd in een afzonderlijk bestand (een logboek). Als het systeem onverwacht is uitgevallen, dan kan het besturingssysteem aan de hand van het logboek worden hersteld. Hierdoor hoef je niet steeds een controle uit te voeren op het volledige bestandssysteem tijdens het opnieuw opstarten van de server. Met een gejournaliseerd bestandssysteem is het volume in slechts enkele seconden weer online, ongeacht het aantal bestanden of de grootte van het volume.
Softwarematige RAID
Mac OS X Server biedt ondersteuning voor "striping" (RAID 0) voor betere prestaties, voor "mirroring" (RAID 1) voor een grotere betrouwbaarheid en voor "mirrored striping" (RAID 10) voor verbeterde prestaties en een grotere betrouwbaarheid van gegevensopslag. Daarnaast biedt Mac OS X Server de mogelijkheid opslagmedia in de achtergrond opnieuw te formatteren. Zo kun je een volume converteren naar een "mirrored" volume, een "mirrored" array opsplitsen in twee volumes of RAID-volumes opnieuw opbouwen. En dat allemaal zonder dat de server hoeft te worden uitgeschakeld.
