Optimaliseer de gebruiks‑ en levensduur van de batterij

De ‘gebruiks­duur’ is de tijd dat je je device kunt gebruiken voordat je de batterij opnieuw moet opladen. De ‘levensduur’ van een batterij is de tijd dat de batterij meegaat voordat je ze moet vervangen. Als je die twee optimaliseert, haal je het meeste uit je Apple devices.

Algemene tips

Bijwerken naar de nieuwste software.

De software-updates van Apple bevatten vaak geavanceerde energie­­­besparende technologieën, dus zorg ervoor dat je altijd de nieuwste versie van iOS, macOS of watchOS op je device hebt staan.

Niet te warm. Niet te koud.

Je device is zo ontworpen dat het prima functioneert binnen een groot temperatuur­bereik, maar de ideale temperatuur bij gebruik ligt tussen de 16 en 22 °C. Het is vooral belangrijk dat je je device niet blootstelt aan temperaturen boven de 35 °C. Want dan loop je het risico dat de capaciteit van de batterij permanent wordt aangetast. Dat betekent dat je device na het opladen minder lang blijft werken dan de specificaties aangeven. De gevolgen zijn mogelijk nog groter als je je device bij hoge temperaturen oplaadt. Software kan het opladen beperken tot 80% wanneer de aanbevolen batterij­­temperatuur wordt overschreden. Zelfs als je een batterij alleen maar bewaart in een hete omgeving, kan dit onherstelbare schade veroorzaken. Als je je device in een heel koude omgeving gebruikt, merk je misschien dat de batterij minder lang meegaat. Maar dit is tijdelijk. Je zult zien dat de batterij bij een normale temperatuur weer gewoon als vanouds presteert.

Ideale temperatuur voor iPhone, iPad, iPod en Apple Watch
0 °C
35 °C
Te koud Kamer­temperatuur Te warm

iPhone, iPad, iPod en Apple Watch werken het best bij een temperatuur tussen de 0 en 35 °C. Temperatuur bij opslag: -20 tot 45 °C.

Ideale temperatuur voor MacBook
10 °C
35 °C
Te koud Kamer­temperatuur Te warm

MacBook werkt het best bij een temperatuur tussen de 10 en 35 °C. Temperatuur bij opslag: -20 tot 45 °C.

Opladen zonder hoesje.

Wanneer je je device oplaadt als het in een hoesje zit, kan dit extra warmte genereren. Dit heeft een negatief effect op de batterij­­capaciteit. Als je device warm wordt tijdens het opladen, kun je het beter eerst uit het hoesje halen. Heb je een Apple Watch Edition, dan moet je het deksel van de oplaad­case halen als je ’m daarin oplaadt.

Opbergen met halflege batterij.

Als je van plan bent je device langere tijd niet te gebruiken, zijn er twee belangrijke factoren van invloed op de algehele conditie van de batterij: de omgevings­temperatuur en het laadpercentage van de batterij op het moment dat je het device uitschakelt en opbergt. We raden je daarom het volgende aan:

  • Zorg ervoor dat de batterij niet volledig opgeladen, maar ook niet helemaal leeg is. Een laadpercentage van ongeveer 50% is ideaal. Als je een device voor langere tijd opbergt met een volledig ontladen batterij, kan er een chemisch proces optreden waardoor je de batterij daarna niet meer kunt opladen. Als je daarentegen een device voor langere tijd opbergt met een volledig opgeladen batterij, kan er capaciteits­verlies optreden. Daardoor neemt de gebruiks­duur van de batterij af.
  • Schakel het device uit zodat het geen batterij meer verbruikt.
  • Kies een relatief koele (maximaal 32 °C), droge plek uit om je device op te bergen.
  • Als je je device langer dan zes maanden opbergt, moet je het elke zes maanden opnieuw tot 50% opladen.

Wanneer je je device weer tevoorschijn haalt, kan het zijn dat de batterij zo goed als leeg is (afhankelijk van hoelang je het device niet hebt gebruikt). In dat geval moet je de batterij eerst zo’n twintig minuten opladen met de originele adapter voordat je je device weer kunt gebruiken.

Tips voor iPhone, iPad en iPod touch

Bijwerken naar de nieuwste software.

Zorg ervoor dat op je device de nieuwste iOS-versie is geïnstalleerd.

  • Als je iOS 5 of hoger gebruikt, kun je controleren of er een update beschikbaar is. Hiervoor ga je naar ‘Instellingen’ > ‘Algemeen’ > ‘Software‑update’.
  • Als er een update beschikbaar is, kun je je device aansluiten op een voedingsbron en het draadloos bijwerken. Je kunt er ook voor kiezen om je device aan te sluiten op je computer met de nieuwste versie van iTunes en het op die manier bijwerken.

Lees meer over het bijwerken van iOS

Je instellingen optimaliseren.

Je kunt twee eenvoudige dingen doen om de batterij te sparen, ongeacht wat je verder met je device doet: de scherm­­helderheid aanpassen en wifi gebruiken.

Je kunt de batterij langer gebruiken wanneer je de scherm­helderheid verlaagt of instelt dat de helderheid van het scherm automatisch moet worden aangepast.

  • Om de helderheid te verlagen, open je het Bedienings­paneel en sleep je de helderheids­regelaar omlaag.
  • Je kunt ook instellen dat de helderheid van het scherm automatisch wordt aangepast. Daarvoor ga je naar ‘Instellingen’ > ‘Algemeen’ > ‘Toegankelijk­heid’ > ‘Aangepaste weergave’ en schakel je ‘Pas automatisch aan’ in.

Als je internet gebruikt op je device, is het een goed idee om wifi in te schakelen. Wifi is namelijk zuiniger dan verbinding maken via een mobiel netwerk. Om wifi in te schakelen, ga je naar ‘Instellingen’ > ‘Wifi’ en kies je een wifinetwerk.

Energie­besparings­­modus inschakelen.

De energie­besparings­­­modus is geïntroduceerd in iOS 9. Het is een feature waarmee je gemakkelijk kunt zorgen dat de batterij van je iPhone langer meegaat als ze bijna leeg is. Je ontvangt een melding op je iPhone als het batterijniveau 20% is, en nog eens bij 10%. Met één tikje kun je dan de energie­besparings­­­modus inschakelen. Of ga naar ‘Instellingen’ > ‘Batterij’. In de energie­besparings­­­modus is het display minder helder, worden de prestaties van je device geoptimaliseerd en worden de systeem­­animaties geminimaliseerd. Apps als Mail downloaden geen materiaal op de achter­grond en functies als AirDrop, iCloud-synchronisatie en Continuïteit worden uitgeschakeld. Essentiële functies als bellen en gebeld worden, e‑mail, berichten en toegang tot het internet blijven gewoon beschikbaar. En als je telefoon voldoende is opgeladen, wordt de energie­besparings­­modus vanzelf uitgeschakeld.

Informatie over batterijverbruik bekijken.

In iOS heb je zelf de controle over de gebruiks­duur van de batterij, omdat je per app het batterij­gebruik kunt zien (tenzij het device aan de oplader ligt). Om het verbruik te bekijken, ga je naar ‘Instellingen’ > ‘Batterij’.

Hieronder zie je welke aanduidingen je kunt zien onder de apps die je gebruikt:

Achtergrondactiviteit. Dit wil zeggen dat de app op de achter­grond, dus terwijl je een andere app gebruikte, gebruik heeft gemaakt van de batterij.

  • Als je de gebruiks­duur van de batterij wilt verlengen, kun je de functie uitschakelen die ervoor zorgt dat apps op de achter­grond worden bijgewerkt. Ga naar ‘Instellingen’ > ‘Algemeen’ > ‘Ververs op achter­grond’ en selecteer ‘Wifi’ of ‘Wifi en mobiele data’, of ‘Uit’ om het op de achter­grond verversen van apps volledig uit te schakelen.
  • Als je onder de Mail-app de aanduiding ‘Achtergrondactiviteit’ ziet, kun je ervoor kiezen om gegevens handmatig of minder vaak op te halen. Ga naar ‘Instellingen’ > ‘Accounts en wacht­woorden’ > ‘Nieuwe gegevens’.

Locatie en achter­grondlocatie. Dit betekent dat de app locatie­­voorzieningen gebruikt.

  • Je kunt de gebruiks­duur van de batterij verlengen door de locatie­­voorzieningen voor de desbetreffende app uit te schakelen. Dat doe je via ‘Instellingen’ > ‘Privacy’ > ‘Locatie­voorzieningen’.
  • Onder ‘Locatie­voorzieningen’ kun je van iedere app de instellingen voor het gebruik van locatie­­voorzieningen bekijken en aanpassen. Met een symbool wordt aangegeven welke apps onlangs locatie­­voorzieningen hebben gebruikt.

Begin-/toegangs­scherm. Dit betekent dat het begin- of toegangs­scherm op je device werd weergegeven, bijvoorbeeld omdat je op de thuisknop drukte of omdat er een melding binnenkwam.

  • Als bepaalde apps je scherm steeds activeren omdat er meldingen binnenkomen, kun je pushmeldingen voor de desbetreffende app uitschakelen via ‘Instellingen’ > ‘Berichtgeving’. Tik op de app en schakel ‘Sta berichtgeving toe’ uit.

Geen mobiel netwerk en zwak signaal. Dit kan betekenen dat je je in een gebied bevindt met weinig bereik en dat je iOS‑device een beter signaal zoekt, of dat je je device hebt gebruikt toen het een zwak signaal had en dat de gebruiks­duur van de batterij daardoor is afgenomen.

  • Je kunt de batterij sparen door de vliegtuigmodus in te schakelen. Open het Bedienings­paneel en tik op het vliegtuigmodus­symbool. In de vliegtuigmodus kun je niet bellen of gebeld worden.

Device opladen? Computer inschakelen en aansluiten.

Zorg ervoor dat je computer is ingeschakeld en aangesloten is op een voedingsbron als je ’m gebruikt om je iOS‑device via USB op te laden. Als je device is aangesloten op een computer die is uitgeschakeld of in de sluimerstand of stand‑by­modus staat, kan de batterij van je device leeglopen. Je kunt je iPhone 3G en iPhone 3GS niet opladen met een FireWire-lichtnet­adapter of een FireWire-auto-oplader.

Tips voor Apple Watch

Bijwerken naar de nieuwste software.

Zorg ervoor dat op je Apple Watch de nieuwste versie van watchOS is geïnstalleerd.

  • Kijk of je een update nodig hebt met de Apple Watch-app op je iPhone via ‘Mijn Watch’ > ‘Algemeen’ > ‘Software-update’.
  • Als er een update is, verbind je je iPhone met wifi, sluit je je Apple Watch aan op je oplader (zorg daarbij dat de batterij minstens 50% opgeladen is) en werk je watchOS draadloos bij.

Lees meer over het bijwerken van watchOS

Je instellingen optimaliseren.

Je kunt op verschillende manieren de batterijduur van je Apple Watch verlengen:

  • Tijdens hardloop- en wandel­trainingen kun je de Spaarstand aanzetten om de hartslag­meter uit te schakelen. Ga daarvoor met de Apple Watch-app op je iPhone naar ‘Mijn Watch’ > ‘Work‑out’ en schakel ‘Stroombesparing’ in. Let op: als de hartslag­meter uitgeschakeld is, zijn calorie­metingen mogelijk minder nauw­keurig.
  • Voor langere trainingen kun je ook een hartslag­meter met Bluetooth gebruiken die je op je borst draagt in plaats van de ingebouwde hartslagsensor. Om je Bluetooth-hartslag­meter te koppelen aan je Apple Watch, zet je eerst de hartslag­meter in de koppelings­modus. Dan ga je op je Apple Watch naar ‘Instellingen’, kies je ‘Bluetooth’ en selecteer je de hartslag­meter in de lijst met sportmeters.
  • Beweeg je je handen veel en vind je dat het display daardoor te vaak aangaat? Dan kun je dat anders instellen. Ga op je Apple Watch naar ‘Instellingen’ > ‘Algemeen’ > ‘Activeer scherm’. Zet ‘Activeer bij pols optillen’ uit. Wil je je display aanzetten, dan hoef je er alleen maar op te tikken of op de Digital Crown te drukken.
  • Als je Bluetooth uitschakelt op je iPhone, raakt de batterij van je Apple Watch sneller leeg. Voor energiezuinige communicatie tussen de twee devices kun je het beste Bluetooth ingeschakeld laten op je iPhone.

Informatie over batterijverbruik bekijken.

Om je verbruik te bekijken ga je in de Apple Watch-app op je iPhone naar ‘Mijn Watch’ > ‘Algemeen’ > ‘Gebruik’.

Apple Watch opladen? Computer inschakelen en aansluiten.

Zorg ervoor dat je computer is ingeschakeld en aangesloten is op een voedingsbron als je ’m gebruikt om je Apple Watch via USB op te laden. Als je Apple Watch is aangesloten op een computer die is uitgeschakeld of in de sluimerstand of stand‑by­modus staat, kan de batterij van de Apple Watch mogelijk leeglopen.

Is er iets mis met de batterij van je Apple Watch, laat er dan naar kijken door Apple of door een erkende serviceaanbieder.

Tips voor iPod shuffle, iPod nano en iPod classic

Bijwerken naar de nieuwste software.

Zorg ervoor dat op je iPod de nieuwste versie van de Apple software is geïnstalleerd. Zet je iPod in het dock of sluit ’m rechtstreeks aan op je computer. iTunes laat je weten of er een update beschikbaar is.

Je instellingen optimaliseren.

Vergrendelen en pauzeren. Schakel de vergrendelknop in wanneer je je iPod niet gebruikt. Zo voorkom je dat je iPod onbedoeld uit de sluimer­stand wordt gehaald en onnodig stroom verbruikt. Luister je niet naar je iPod, onderbreek het afspelen dan of zet ’m uit door de afspeelknop twee seconden ingedrukt te houden.

Equalizer (EQ). Het gebruik van equalizer­­instellingen bij het afspelen leidt tot een hogere belasting van de iPod-processor, omdat deze niet in het nummer zijn gecodeerd. Zet de equalizer uit als je hem niet gebruikt. Als je in iTunes equalizer­­instellingen hebt toegevoegd aan een nummer, moet je de equalizer op ‘Neutraal’ zetten in plaats van op 'Uit' als je hem niet wilt gebruiken. Je iPod wijzigt de iTunes-instellingen namelijk niet.

Verlichting. De verlichting instellen op ‘Altijd aan’ leidt tot een aanzienlijke verkorting van de gebruiks­duur van de batterij. Gebruik de verlichting alleen als dat nodig is.

iPod opladen? Computer inschakelen en aansluiten.

Zorg ervoor dat je computer is ingeschakeld en is aangesloten op een voedingsbron als je ’m gebruikt om je iPod via USB op te laden. Als je iPod is aangesloten op een computer die is uitgeschakeld of in de sluimerstand of stand‑by­modus staat, kan de iPod-batterij leeglopen.

Tips voor MacBook Air en MacBook Pro

Bijwerken naar de nieuwste software.

Zorg ervoor dat op je MacBook de nieuwste macOS-versie is geïnstalleerd. Als je verbinding hebt met het internet, controleert macOS elke week automatisch of er updates beschikbaar zijn. Software-updates worden echter niet automatisch geïnstalleerd, dat moet je zelf doen. Om te controleren of er updates zijn, ga je naar het Apple menu en kies je ‘Software-update’.

Lees meer over het bijwerken van macOS

Je instellingen optimaliseren.

Elektriciteitsverbruik. Het voorkeurenpaneel ‘Energiestand’ bevat verschillende instellingen waarmee je de hoeveelheid stroom kunt beïnvloeden die je MacBook gebruikt. Je MacBook detecteert of hij al dan niet op het lichtnet is aangesloten, en past zijn gedrag daarop aan. Als de batterij actief is, wordt het scherm gedimd en worden andere onderdelen zo min mogelijk gebruikt. Als je deze instellingen aanpast om de prestaties te verhogen, zal de batterij sneller leeg raken.

Helderheid. Je kunt de gebruiks­duur van de batterij optimaliseren door de lichtsterkte van het scherm te verminderen tot het laagste niveau waarbij je nog prettig kunt werken. Als je bijvoorbeeld een film kijkt in een vliegtuig terwijl alle lichten uit zijn, hoeft het scherm niet de hoogste lichtsterkte te hebben.

Wifi. Wifi verbruikt stroom, zelfs als je niet op een netwerk bent aangesloten. Als je wifi niet gebruikt, kun je deze voorziening uitzetten in het wifi­-status­menu in de menubalk of in het voorkeuren­paneel ‘Netwerk’.

Apps en randapparatuur. Ontkoppel randapparatuur en stop apps die je niet gebruikt. Verwijder een SD-kaart als je ’m op dat moment niet gebruikt.

Ander device opladen? Computer inschakelen en aansluiten.

Zorg ervoor dat je MacBook is ingeschakeld en is aangesloten op een voedingsbron als je ’m gebruikt om andere devices via USB op te laden. Anders kunnen die devices ervoor zorgen dat de batterij van je MacBook sneller leegloopt. Als er een ander device is aangesloten op je MacBook terwijl die is uitgeschakeld of in de sluimerstand of stand‑by­modus staat, kan de batterij van dat device leeglopen.