VPN's en privacy

VPN's kunnen worden geconfigureerd om de routing van bepaald netwerkverkeer te beheren.


Een VPN (Virtueel Particulier Netwerk) is een dienst die bepaald netwerkverkeer van je apparaat op een zodanige manier kan versleutelen en routeren dat je IP-adres mogelijk verborgen wordt voor de websites en diensten die je bezoekt en gebruikt. Zelfs als een VPN actief is, vindt bepaald verkeer dat noodzakelijk is voor essentiële systeemvoorzieningen buiten het VPN plaats, zodat je apparaat goed kan werken.

Je kunt de VPN-configuratie van je voorkeur downloaden uit de App Store en deze installeren op je apparaat. Instellingen, zoals je werkgever of school, kunnen ook VPN-configuraties instellen op apparaten die ze beheren, waaronder de Apple Watch en de Apple TV. Je kunt ook handmatig een VPN toevoegen op iOS-, iPadOS- of visionOS-apparaten door in Instellingen naar 'Algemeen' > 'VPN- en apparaatbeheer' > 'VPN' te gaan, vervolgens te tikken op 'Voeg VPN-configuratie toe' en relevante informatie toe te voegen. Ga op je Mac in Systeeminstellingen naar 'Netwerk', klik op de knop 'Meer', selecteer vervolgens 'Voeg VPN-configuratie toe' en voer relevante informatie in.

Het is belangrijk dat je alleen een VPN-dienst gebruikt die je vertrouwt. Als een VPN-configuratie is geïnstalleerd en actief is, kan je VPN-aanbieder mogelijk je online activiteit zien, tegenhouden en wijzigen. Lees de toepassing van het privacybeleid van de VPN-aanbieder aandachtig door voor meer informatie over de dienst en hoe je gegevens wordt gebruikt. Wanneer je een app van derden gebruikt of op websites browset die niet door Apple worden beheerd, verzamelt Apple geen informatie over je gebruik van een VPN-dienst op je apparaat op een manier waarop je identiteit kan worden afgeleid.

VPN-aanbieders bepalen hoe je VPN-configuratie werkt, inclusief hoe verkeer wordt gerouteerd wanneer het je apparaat verlaat, of het is versleuteld en welke gegevens beschikbaar zijn voor websites waarmee je verbonden bent.

Als een VPN-configuratie is geïnstalleerd en actief is op een apparaat waarop 'Privé­doorgifte in iCloud' is ingeschakeld, bepaalt de VPN-configuratie de routing van internetverbindingen die anders zouden zijn beschermd door 'Privé­doorgifte'.

Niet alle netwerkverkeer van je apparaat wordt via een actieve VPN gerouteerd. Als appontwikkelaars een vereist type verbinding opgeven voor hun app, bijvoorbeeld alleen een mobiele verbinding, wordt netwerkverkeer van die app uitgesloten in actieve VPN-configuraties. Op iOS-, iPadOS- en visionOS-apparaten kan je VPN-aanbieder er echter voor kiezen om deze keuze op te heffen en te voorkomen dat de meeste apps, diensten en systeemfuncties netwerkverkeer buiten een actieve VPN-configuratie om routeren.

Bepaald verkeer dat noodzakelijk is voor essentiële systeemvoorzieningen wordt niet via een actieve VPN-configuratie gerouteerd, zoals directe verbindingen met routers van je lokale netwerk (die noodzakelijk zijn om een netwerkverbinding tot stand te brengen en te behouden), en bepaalde mobiele voorzieningen die alleen werken op mobiele netwerken (waaronder mogelijk Visual Voicemail, indien beschikbaar).

2025-12-12